Homepage
   

Op de fiets naar Barcelona 2010

Een fietstocht startend in Nederland, over België, Frankrijk, om net over de Pyreneeën aan te komen in Barcelona..

Het Lijnt.

 7 juni Keldonk – Neerpelt  76 km
De planning is om de eerste nacht bij een collega van Jeannette in Neerpelt te overnachten. 70 km maar, dus we kunnen later starten. Bij de fietstocht naar Rome hadden we nog een uitzwaai comité. Nu sluiten we de deur en stappen net voor de middag op de fiets. Via de knooppuntenroute fietsen tussen de Brabantse weiden en landerijen we naar Waalre. Hier kopen we in een cholaterie  Belgische bonbons voor Goele (de collega Jeannette). We pikken hier de route van Benjaminse naar Barcelona op. Het is wel wennen aan de kaartjes en de track die we op de gps geladen hebben. We komen bij de Malpie, een mooi natuurgebied. Het zonnetje schijnt als we op een bankje onze eerste pauze hebben. Het eerst stukje in België is onverhard. Bij het kanaal in Neerpelt gaan we links naar het huis van Goele. Ze zou rond vijven thuis zijn. De waypoint die we hebben van hun huis brengt ons rechtstreeks naar hen toe. We worden hartelijk onthaald. Na een warme douche staat het eten al op tafel. ’s Avonds zitten we onder de veranda. We zoeken op internet een camping uit voor morgen. Deze ligt net 100 km verderop. De camping staat vreemd genoeg niet in het routeboekje.

Even pauze bij het kanaal.

8 juni Neerpelt – Huppaye  107 km
Na een droge nacht in een warm bedje en een ontbijt met Goele vertrekken we gezamenlijk. Goele gaat werken, wij met de fiets terug naar de route. De schoolgaande jeugd fietsen we in Neerpelt voorbij tot aan de Sint Maria campus. Niet veel verder kruisen we de Dommel, een riviertje wat ook in Nederland doorloopt. Dan krijgen we lange stukken recht fietspad. Een strook waar vroeger de trein heeft gereden.
Kilometers maken.Het spoor is echter verdwenen en is verhard met vlakke beton. Net onder Hechtel verlaten we dit fietspad. Het landschap begint te glooien. De route volgt nu de LF35. We passeren een aantal dorpjes tot we in Diest komen. Hier is een mooi oud Begijnhof. We missen dan het volgende stukje van de route, maar vinden het oude spoortracé (RAVeL) weer terug, door simpel weg de track weer op te zoeken met de gps. Onderweg doen we alvast boodschappen voor het eten. Eenmaal Tienen en Hoegaarden voorbij komen we bij Jodoigne, op de grens tussen Vlaanderen en Wallonië. Als we hier denken op de plek van de camping te zijn blijkt dat deze er helemaal niet is. We vragen hier en daar naar een camping, maar die blijkt er pas over 30 km één te zijn. We zien wel veel mooie huizen met genoeg gazon voor ons tentje. Een politieman staat buiten wat met zijn auto te prutsen. Hij spreekt Nederlands en we vragen nog maar eens naar een camping, met een schuin oog op zijn mooie groene grasveldje naast zijn huis. De camping blijkt inderdaad nog te ver te zijn maar, we mogen onze tent wel op zijn stuk grond zetten. Het lukt. Tussen de fruitbomen zetten we de tent op. We wandelen een keer door het lege dorpje. Er is een bakker, een café en een autogarage. Verder alleen de Belgische huizen. Rode steen, licht geel opgevoegd. De tuin is vaak maar bijzaak. Hier en daar ook mooie huizen met dure auto’s. Er staan bij ons tentje ook nog wat bankjes en een tafel. Zo zitten we ’s avonds heerlijk met een glaasje rode wijn op de bank. Er staan op het gazon nog wat hutjes, een brommer onder een afdakje, een freesmachine gewoon buiten, samen met een oude travelsleeper. Het gras is een paar weken geleden nog gemaaid. De vrouw des huizes komt een uur voordat de zon ondergaat thuis. Ze komt ook nog gedag zeggen. Ze nemen zelfgemaakt limoendrank mee. Ze vraagt aan haar man in het Frans waarom hij ons geen kamer aan heeft geboden en een douche. (ze denkt dat wij het niet verstaan) Wij vinden het prima zo en kruipen in onze tent om te gaan slapen.

Kamperen in de tuin van de politieagent.

9 juni Huppaye – Wanlin  94 km
We hervatten de RAVeL, het fietspad (Reséan Autonome de Voies Lentes), Dit fietst snel over het vlakke vroegere spoortracé tussen twee wallen van struiken en bomen. In Longchamps moeten we er even vanaf in verband met bebouwing. In Namur komen we bij de Maas uit die we lange tijd blijven volgen. Het pad ernaast is wisselend. Soms goed, soms keien en stenen die niet echt vlak zijn. Het uitzicht over de rivier is wel mooi. Het routeboekje van Benjaminse bevalt prima. De kaartjes en beschrijving bevallen goed en weten we het niet, met de gps komen we er ook altijd uit. Het glooiende landschap wordt kleine bergjes, klimmen tot 250 meter. Wel wennen. Onderweg zien we andere vakantie fietsers die ook via het boekje van Benjaminse fietsen. Het regent de hele dag, niet hard, maar het regent wel. Onze fluoriderende regenjassen doen goed werk. In Wanlin zoeken we de camping op. Een man geeft een rondleidinkje op zijn kleine camping en geeft aan dat we € 12,30 mogen betalen. Als we instemmen, moeten we wachten tot zijn vrouw terug is, dan kunnen we douchen en kleding wassen. Er staat een partytentje wat we kunnen gebruiken met stoelen en tafels. De vier andere fietsers met een zelfde route boekje komen even later ook op de camping. Wel gezellig, wat ervaringen uitwisselen. Op ons netboekje zien we, want er is onverwacht wifi, dat er morgen en de komende dagen wat beter weer op komst is.

Het dorp ligt aan de andere kant van het water.

10 juni Wanlin – Jamoigne  82 km
We zeggen de vier Nederlanders gedag en gaan verder door de Ardennen. We mogen hiervoor gaan klimmen. De spoorlijnen laten we definitief achter ons en gaan door het berglandschap naar het zuiden. Van dorpje naar dorpje en in de verte de bergjes en heuvels van zuidelijk Wallonië. Na afdalen komt er telkens weer een klim, zo zien we ook op de hoogte grafieken in het boekje. Koeien in de wei, dan weer door een bos. Dorpjes als Sohier, Naomé fietsen we voorbij. Midden in Bertrix lunchen we op de markt, die ze aan het afbreken zijn. We maken tot aan Jamoigne in totaal 900 hoogtemeters. Na de supermarkt zoeken we de camping op. De wei is amper gemaaid. Een mannetje wordt geroepen, die de camping beheerd. Hij schrijft wat op allerlei papiertjes wat 10 minuten duurt. Nu betalen we € 18,-  en stallen ons tentje. De fietskleding nog even wassen zodat het allemaal weer kan drogen. Er staan wel caravans. Wij zijn de enige met een tentje.

Donker weer op komst.

11 juni Jamoigne – Verdun  87 km
Om 7 uur staan we op. Een uur later zijn we weg. We dalen de Belgische Ardennen af naar de grens met Frankrijk. Van dorpje naar dorpje fietsen we Frankrijk binnen. Mooi heuvelachtig landschap. De huizen zijn opgebouwd met natuursteen blokken, zien er ouder uit. Geen drukke bebouwing van Belgen die aan de grens wonen. Veel bomen en natuur. Een vrouwtje gooit haar water met sop naar buiten om te stoep te schrobben. We zien geen fietsers. Soms een enkele franse wandelaar op reis naar het volgende huis. Midden in het dorp staan grote kerken of kastelen. Hoe hebben ze het vroeger de gebouwen zo hoog kunnen maken. Verderop worden de kerken weer wat kleiner. De koeien staan in de wei. Een echtpaar probeert een jong kalf in de juiste wei te jagen. Komen wij daar net aan om, onbedoeld, het kalf te laten schrikken en het weer de andere kant op te laten lopen. De route golft op en neer tot we in het vestingstadje Verdun aankomen en een mooie camping kunnen oprijden. Alles kan nu weer goed droog worden, de zon schijnt. Als we de tent opzetten horen we 20 meter achter ons, een zware goederentrein langs denderen. Een herrie zodat we elkaar niet meer kunnen verstaan. Óh óh. Maar het valt mee, we horen vanaf dat moment geen trein meer over het spoor.

We fietsen de grens met Frankrijk over.

12 juni Verdun – Mandres  66 km
Vanuit de leuke camping moeten we terugklimmen naar de route. Het is maar een stukje, maar als je nog niet warm bent hakt er zo’n flinke klim wel in. Het eerste stuk van de route is vlak en wat saai. Na de koffie blijft het nog vlak maar zien we her en der dorpjes verschijnen. De kleurenvlakken in het landschap geven aan dat op het stuk grond weer een ander gewas staat. In Saint Mihiel doen we al inkopen omdat we er niet zeker van zijn dat er de komende zaterdag en zondag onderweg of op de camping iets kunnen kopen. We fietsen veelal in de Maasvallei. De 100 meter klimmen vormt een welkome afwisseling door het bos. Op de trap van de kerk van het eerstvolgende dorpje gebruiken we de lunch. We zetten thee en maken bouillon en smeren ons brood. Dat kopen we hier ongesneden en snijden het ter plekke zodat het wat langer vers blijft. Even verder zien we in de verte, boven op een berg, een monument. Grote zuilen in een cirkel. Het komt imposant over. Het blijkt een oorlogsmonument, neergezet door een Amerikaan. We passeren het ene dorpje na het andere totdat we op de camping zijn. Hier is, zo lezen we in het routeboekje, inderdaad geen beheerder aanwezig. Die komt tegen vijven pas opdraven. Een klein hutje en een toiletgebouw vormen het centrum van onze kampeersessie. Een gemeente camping, € 8.

Oorlogsmonument van 1918 met kerkje.

13 juni Mandres – Bayon  78 km
We fietsen weg en komen al snel op een stuk onverharde weg door het bos. Omdat er verder geen voertuigen over het pad mogen, die het pad kapot kunnen rijden, is het redelijk goed te fietsen. Bij de verharde weg splitst de route. De westelijke gaat langs de Maas verder. Wij verlaten de Maasvallei en gaan richting Toul en de Moesel. Hier kunnen we op zondagochtend nog wat winkelen. We fietsen dwars door de stad en verlaten die weer via de vestingmuur. De Moesel blijven we nauwgezet volgen, veel water en plassen vormen de bedding. We kruisen de rivier regelmatig. We horen en zien onderweg veel vogels; arenden, reigers, merels, zwaluwen en vele soorten die we niet kennen. De camping van Velle sur Moselle fietsen we voorbij. Het ziet er wat suf uit. 10 km verder zijn we in Bayon waar er op de camping wel leven is. We fietsen Bayon nog even in maar daar is ook niet veel te beleven. ’s Avonds verlaten veel franse weekendgangers de camping. De caravan laten ze vaak achter.

14 juni Bayon – Charmbres  16 km
Korte dag vandaag omdat we ’s middags een wedstrijd het WK voetbal in Zuid Afrika willen zien. In Chambres doen we boodschappen en vullen we onze brandstoffles. Na het dorpje volgen we de weg. Veel auto’s rijden er niet. We zien een ree en een vos. Anderhalf dorpje erder zijn we er al weer. Camping Les Iles ligt tussen de een kanaal en de Moesel. Er zijn veel Nederlanders. We mogen met een vrouw in haar caravan TV kijken naar het Nederlands elftal. De wedstrijd tegen Denemarken wordt met 2-0 gewonnen. ’s Middags zien we de vier Nederlanders van Wanlin de camping op komen. Na het eten overleggen we nog even over de route. De 71 jarige man had het boekje als verjaardagscadeau gehad van zijn dochter en zijn zo met vrienden deze route aan het fietsen. We zien even verder een echtpaar met een grote Quechuatent klungelen om de snel op te zetten tent weer af te breken. Wij hebben er ook geen verstand van. Drie kwartier later, met veel zweet en andere mensen erbij halend lukt het nog niet om de tent klein te krijgen. Omdat ze de tent niet ingepakt krijgen in de auto, huren ze een caravan op de camping om te overnachten. Op de meeste campings kun je onderweg wel een caravan huren.

15 juni Chambres – Port sur Saone  110 km
Om half acht uur zitten we weer op de fiets. Eerst bij de boulangerie, brood kopen en dan Chambres uit naar Dompaire. De route blijft redelijk vlak op een paar keer 100 meter klimmen door de Vogezen. De omgeving is mooi, maar door de wolken zien we er niet zo veel van. Bij Girancout sluiten we aan bij het Canal de l’Est. Heerlijk rustig, we zien bijna niemand. Soms een sluisbediende of iemand op een plezierjacht die naar ons zwaaien. Wel horen we de vogels fluiten. Er zijn vele sluisjes. Bij elk sluisje dalen we 5 of 6 meter. Onze snelheid stijgt tot rond de 23 km/uur. Dan verlaten we na bijna 30 km het water naast ons en stijgen en dalen we door een bosrijk gebied. We zien nog een wildzwijn. We komen nog door Amance. Een dorpje waar we met het lopen van de GR 5 nog een keer doorheen gelopen zijn tijdens onze wandeltocht van Hoek van Holland naar Nice. Er is hier ook een gemeentecamping. Wat sober ingericht, zonder horeca. Maar verder wel van alle noodzakelijke voorzieningen voorzien. Er zijn twee andere stellen op de camping, ook vakantiefietsers. De Nederlanders zijn gestart in Avignon en na een paar rondjes daar weer op weg naar Nederland. Een Duits stel wil naar Bilbao fietsen in Spanje.

Langs Canal de l'Est

16 juni Port sur Saone – Pontailler sur Saone  98 km
Vannacht staat er behoorlijk wat wind. We fietsen terug naar de brug en verlaten Port weer langs de Saone rivier. Het blijft heel vlak in dit gebied langs het water. Het waait nog steeds vanuit het noorden en we mogen naar het zuiden. We worden de jaagpaden langs de Saone over geblazen. Later gaat de wind weer liggen. Het landschap is redelijk open, minder bomen en bos dan in de route van gisteren. Een aantal gedeeltes is de weg half verhard. Er liggen dan vast gereden keitjes/steentjes of een asfalt, overwoekerd wordt met gras, zodat er een karrenspoor overblijft. Zeer goed te fietsen. Na Gray komen we weer meer door de dorpjes. Oude huizen rijgen zich bij de dorpspleintjes aan elkaar. Altijd weer een kerkje. In dit gebied hebben op de kerktorens leistenen liggen met opvallende kleurrijke patronen. We verlaten de route en fietsen naar de camping van Pontailler aan de Saone. Zeven uur na vertrek staat de tent alweer.

17 juni Pontailler sur Saone – Beaune  68 km
Als het na anderhalf uur nadat de wekker ging nog regent, staan we toch maar op. Van binnen de tent pakken we alles in. Het zeiltje van twee bij drie meter doet nu dienst als afdakje. Normaal ligt het op de grond om onze spullen vanuit het gras droog te houden. Na een ontbijtje lijkt de lucht toch lichter en regent het minder. De tent gaat nat de fietstas in. Niet meer langs rivieren en kanalen maar dwars door het land. Rustig weggetje met bos. Dan een oud dorpje. Als we Beaune binnen fietsen zien we meteen de eerste wijngaarden. Het is een echte wijnstreek. Het stadje  heeft een oud historisch toeristisch centrum. We zoeken een hotelletje op om de spullen wat te kunnen laten drogen. Bij de informatie vragen we naar een goedkope kamer. Voor 43 euro kunnen we bij hotel “Le Foch” terecht ( www.hotelbeaune-lefoch.fr ). We hebben nadien tijd om het oude stadje te ontdekken. De fietsen krijgen een goed plekje achter het hotel. De tent hangen we in de douchebak om te drogen. De kamer hangt vol met onze drogende spullen. In het café wordt er meer (flessen) wijn gedronken dan bier. De prijslijst met ook dure wijnen hangt aan de wand. Achteraf was het hotelletje niet nodig geweest. Het bleef de hele avond en nacht droog.

De eerste wijngaarden weer.

18 juni Beaune – Cluny  80km
Na een lekker ontbijtje in het hotel hervatten we de route die langs de voordeur loopt. Door de wijngaarden verlaten we het mooie Beaune. De hele omgeving ademt wijn. Zijn het niet de wijngaarden zelf dan wel in de dorpjes waar ze op straat de wijn aan het verhandelen zijn. Er zijn veel mensen aan het werk in de wijngaarden. Bij een hotel restaurant kijken we al fietsend naar binnen en zien de wijn al uitgestald liggen. Bourgogne. Als we dan een verharde weg oversteken is het helemaal gedaan met de wijn. Geen struiken meer waar de druiven aan groeien maar weides, koeien en landbouw. In de verte zien we nog wel wijngaarden. Ook hier blijft de route vlak. Nog een stuk langs een kanaal wat garant staat voor geen hoogte meters en later over een oud spoor, Voie Verte genaamd. De stationnetjes langs het vroegere spoor, staan er nog en in elk dorpje is er wel een slaapmogelijkheid. In Cluny verlaten we het fietspad en rijden bijna meteen de camping op.

Fietspad door akkerbouw.

19 juni Cluny – Charlieu  69 km
We vertrekken al voordat andere campinggasten wakker zijn. We fietsen het mooie dorpje door en weten dat we dan het nieuwe boekje zijn begonnen, Cluny – Barcelona. Dit betekent meer hoogtemeters. De omgeving is in eens veel meer heuvelachtig. Dit geeft mooie uitzichten op dorpjes en aanliggende akkers. Het is niet druk op de weg. We mogen de col au Croix la Terre op naar 550 meter. Een leuke en makkelijke klim, het gaat heel gelijkmatig omhoog. We maken vandaag in totaal 650 hoogtemeters en stoppen net na de middag in Charlieu om een wedstrijd van het Nederlands elftal op het WK te zien. In verband met de regen nemen we een caravan op de plaatselijke camping. Dit kost 20 euro. ’s Middags gaan we boodschappen doen bij de plaatselijke supermarkt. De omgeving is al meer gericht op toerisme. Met de verwarmde ventilator krijgen we gemakkelijk al onze kleding en schoenen droog. 

Overal kerkjes

20 juni Charlieu – St. Just en Chevalet  67 km
Een koude dag voor de tijd van het jaar. We passen er onze kleding op aan, leveren de sleutel van de caravan in en verlaten de camping. Het eerste stuk richting en langs de Loire is vlak. Na de stad Roanne mogen we langzaam gaan klimmen. Na Renaison komt een steile weg naar het stuwmeer. Het kronkelt en stijgt verder naar la croix Trevingt op 850 m. Met de lunch is het hier erg koud, 5 graden en winderig. We dalen af naar St. Just en Chevalet en nemen hier weer de camping die moeilijk te vinden is. De omgeving wordt met het wat zwaarder worden van de route ook steeds mooier. Vergezichten met heuvels.

Vergezichten

21 juni St. Just en Chevalet – Ambert  73 km
We fietsen een omweg omdat het steile weggetje fietsend of met de fiets aan de hand niet te nemen is. We kopen brood bij één van de vele bakkers in Frankrijk die ook elke dag open zijn. Het wordt weer klimmen vandaag. Als het acht graden is krijgen we koude handen en voeten. We worden niet eens echt warm van het klimmen. Afdalen is zo zeker niet leuk, zo koud met alle mogelijke fietskleding aan. Wie denkt er nu als op de dag dat de zomer begint het nog zo koud is dat handschoenen met vingers en een winterbroek nodig zijn. De omgeving zou heel mooi zijn bij 25-30 graden. Nu zijn we vooral bezig met de koude. De hele dag. Voor de koffie of lunchplaats moet windvrij zijn. Dit lukt niet altijd dus maar snel weer door. Op de camping in Ambert liggen we veel in onze slaapzak in de tent om de koude wind te ontlopen. De weerberichten zeggen al een week lang beter weer toe. Het gebeurd echter nog niet.

Pauze in de kou.

22 juni Ambert – Le Puy en Velay  80 km
De eerste tiental kilometers zijn vlak. Dan mogen we weer gaan klimmen. Over een rustig weggetje door de bossen naar meer dan 1000 meter hoogte. Omdat de zon zich meer laat zien wordt het ook wel leuker fietsen. We zien regelmatig campings. Net voor Le Puy moeten we nog wat klimmen en zien dan het kerkje op een vulkaanuitstulping staan en een Mariabeeld op een heuveltje. De camping ligt midden in de stad, we zien daar fietsers en wandelaars, zo ook in het dorp. GR 65 is de Pelgrimweg naar Santiago de Compostella in Spanje. Leuk stadje met mooie huizen. Steil lopen. We besluiten nog een dag te blijven. Door het koude weer hebben we niet eerder een rustdag genomen. Op veel campings onderweg is er evenals hier geen wifi. In de warme zon, geven we de fietsen een goede wasbeurt. We doen nieuwe olie op de ketting en controleren de bandenspanning. In Le Puy een maken we een stadswandeling van drie uur door het oude centrum. Er staan mooie oude huizen. We zien het opvanghuis van de pelgrims. De plek waar Ad, (de vader van Jeannette) op zijn pelgrimstocht ook geslapen heeft.

Zeg maar moouee

24 juni Le Puy en Velay – Langogne (Naussac)  78 km
’s Morgens spreken we net, voordat we vertrekken, nog een paar Nederlandse fietsers. Altijd leuk om andere reizigers te spreken en ervaringen uit te wisselen. Geeft toch een kick.

Kerkje op de berg.

We tanken benzine aan de pomp waar we nu zelfs voor in de rij moeten staan. Er staan wat auto’s te wachten maar we zijn toch vrij snel aan de beurt. Met betalen (85 cent) mag ik gelukkig wel voor. Ik geef 1 euro en wacht niet op het wisselgeld. Om de drie of vier dagen moeten we nu tanken. We kijken ook niet echt naar wat we koken en zetten de brander ook harder dan in bijvoorbeeld Turkije waar we 7 dagen met 1 fles brandstof moesten doen. Dan verlaten we Le Puy en mogen meteen klimmen naar een oude spoorbedding. Eenmaal op het oude spoor, waar nu scherp grind ligt, blijven we klimmen. Langzaam aan maar wel telkens omhoog.

Tunneltje in, tunneltje uit.

Het spoor liep door tunnels die nu verheven zijn tot fietstunnels, de langste is zelfs 1,6 km lang. Wel met verlichting. De gps mist het signaal wanneer we een tunnel van meer dan 100 meter binnen zijn. Een aparte gewaarwording. Dan weer de tunnel uit en over het fietspad verder. Van de kilometers uit het routeboekje van Paul Benjaminse klopt vandaag niet veel. In Solignac stopt het fietspad, dalen we scherp af naar de Loire om naar St. Martin weer hoogtemeters te maken. De omgeving is mooi glooiend. We lunchen aan een bovenbeek van de Loire. Jeannette wordt ingehaald door een fietsende vrouw die wilde weten of ze Nederlandse is. Haar man is achter. Die zien we op het hoogste punt dan de hele route naar Barcelona. 1242 meter bij St. Paul de Tartas. Hier maken we ook nog een foto en wisselen nog wat ervaringen uit met het gepensioneerde paar. Vervolgens dalen we af naar Langogne waar we na een uur omzwervingen (winkelen en andere camping bekijken) aankomen bij de camping met hotel aan het meer van Naussac. De hoogtemeters voelen we wel. Het uitzicht over het meer en de omliggende bergen maakt alles goed.

Zonsondergang aan het Naussac meer.

25 juni Langogne – Les Vans  66 km
We ontwaken bij het mooie stuwmeer. Het is er rustig. Als langzaam de camping ontwaakt vertrekken wij. Eerst nog klimmen naar het tussendoor weggetje waar geen campers en caravans door mogen. Het laatste stukje is wel heel erg steil. We zien de Nederlandse fietsers van gisteren weer. Omdat we een andere snelheid hebben fietsen we niet samen. De eerste 20 km naar La Bastide zijn vrij vlak. Hier kopen we bij de bakker een gebakje omdat we iets te vieren hebben. Het is de verjaardag van Jeannette. Na la Bastide  volgt een 40 km ‘korte’ afdaling over een bosrijk weggetje langs de rivier de Chassezac. We nemen de tijd om regelmatig even te stoppen en de omgeving op ons in te laten werken. Er is weinig verkeer. Later in de afdaling zien we wat stuwmeertjes waar elektriciteit opgewekt wordt. De afdaling wordt ook minder steil. Soms moeten we ook nog fietsen. Net voor Les Vans nemen we camping Pradal en nemen er nog voor tweeën een verfrissende duik in het zwembad.’s Avonds heerlijk tafelen op het terras van een echt Frans restaurantje.

Uitzicht over het meer.

26 juni Les Vans - St. Hippolite du Fort  98 km
We klimmen het dorp uit naar 300 m. In het bosrijke gebied fietsen we in de schaduw. Als we een dorpje in rijden staat daar wanneer de weekmarkt is en hoe laat de mis op zondag plaats vindt. Ander andere kant van de rivier Ceze loopt een trein spoor. Een dieseltrein komt ons tegemoet. De uitzichten zijn mooi. Hooi ligt in grote vierkante balen nog op het land. Bij Deaux stijgen vliegtuigjes op. Zo maken we bijna de 100 km naar St. Hippolite vol. We gaan eerst naar de camping omdat we de supermarkt niet direct zien. Met de fietskleren nog aan gaan we snel winkelen. De camping is lekker rustig. We moeten hard bellen om de eigenaar/beheerder te voorschijn te laten komen. De prijs van een plaats bij om nabij de 10 – 11 euro. We wassen onze fietskleren. ’s Middags na de lunch is het wel warm. 

Dan weer verder langs een riviertje.

27 juni St. Hippolite du Fort – St. Andre de Sagonis  58 km
Weer op weg. Eerst tussen wat auto’s, later is er steeds minder verkeer. We volgen de rivier de Herault en blijven die ook na de splitsing volgen die rivier en stijgen naar 300 m om die sterk weer af te dalen. Omdat het zondagmorgen is zien we wel fietsers maar weinig auto’s. De rivier wordt bevaren door kano’s, overal zijn ze te huur. Meteen na de samenkomst van de routes in St. Andre de Sagonis nemen we de camping. Na de middag wordt het te heet om te fietsen. Zeker de 30 km die we nu nog zouden moeten in verband met het ontbreken van campings vlak bij de route. ’s Middags liggen we lekker bij het zwembad voor wat verkoeling. We nemen de in het boekje afgeraden camping voor 12 euro. Is in het voorseizoen niet extreem veel. Buiten het hoogseizoen is het hier ook nog gewoon rustig. De plekjes zijn wel wat harder met stug gras, maar ja. Je gaat naar het zuiden. In het boekje wordt soms op één referentie een hele camping afgeschreven terwijl we hier goed overnachten.

Ravijntje

28 juni St. Andre de Sagonis – Vias  53 km
Weer op weg naar het zuiden, tussen de wijnranken. Wind van het westen. Een snelweg over, een dorpje door, weinig klimmen. Veel vlak richting de Middellandse Zee. Pézenas is een grotere stad die we nu voorbij fietsen en komen zo in Vias. Het bij een kustplaats met vele campings die nu net wat duurder beginnen te worden in het seizoen. Bij de informatie vragen we om een rustige camping. We komen bij een camping, Le Flote Bleu waarvan de receptie tussen 12 en 14 uur dicht is. We gaan eerst lunchen en lopen nadien de camping vast op. We dienen ons eerst te melden dus kunnen we onze tent nog niet opzetten. Het is een camping met weinig schaduw. Het ziet er ook niet echt leuk uit. We gaan op zoek en komen bij een andere aangegeven camping, l’Air Marin, die wel schaduw heeft. 24,20 euro per nacht. ’s Middags zien we in de kantine Nederland de kwart finale halen van het WK voetbal in Zuid Afrika.

Uitzicht over het stuur.

29 juni Vias
We blijven een extra dag hier, doen een dorpswandeling en bezoeken het zwembad op de camping. ’s Avonds eten we heerlijk in het dorp, zie kaartje.

30 juni Vias – Bizanet  67 km
Het eerste stuk fietsen we nog tussen de campings en vakantiewoningen. Andere sporters fietsers, lopers en wandelaars zijn ook op het weggetje dat niet ver van de kust ligt. We zien de Middellandse Zee nu niet. Bij het Canal du Midi, een 260 km lang kanaal van de Atlantische oceaan naar de Middellandse Zee, fietsen we naast het kanaal en maken geen gebruik van de andere routes die de onverharde delen mijden. Leuker fietsen, over het jaagpad van het kanaal. Het laatste stuk is vooral onverhard. De Tramontane, zo heet de wind die vanuit het noord westen waait en een flink gedeelte van de dag tegen hebben. Gelukkig is die niet te hard.

Benzine brander aan voor de koffiepauze.

Na 25 km verlaten we het kanaal en fietsen we over een glooiend landschap van dorpje naar dorpje. Omdat we op een camping uitkomen, die een kilometer van het dorp af ligt, kopen we  onderweg al eten en drankjes. Een aantal gerechten zijn makkelijk en snel, zonder al te veel brandstof, te maken. Macaroni met saus en gehakt of tonijn uit blik, vaak met een zak sla. Rijst met ratatouille en gehakt of wraps met rode bonen en kip of gehakt. Als pakket te koop in de winkel. Net voor Bizanet vragen we de weg naar de camping. Deze staat niet aangegeven op een bordje. Een mooie camping, wel wat duurder, 17 euro. Maar dan heb je er ook een picknickbank bij. Een zwembad is in deze streek standaard. We zijn er net na de middag. Als de zon heel hard brandt. Zo hebben we de hele middag weer aan ons zelf. Internetten met het netbook op het terras, zwemmen, wat op het bankje zitten met een drankje. Krekels bepalen het geluid van de omgeving. Het is 35 graden. Vincent herstel het branderscherm. Deze is door gebruik middendoor gescheurd. Een paar ijzerdraadjes maakt het weer een geheel.

 1 juli Bizanet – Latour de France  65 km
Ook ’s nachts blijft het boven de 20 graden. Van de tent laten we alle vliegennetjes dus dicht en de rest open. Om 7 uur gaat de wekker. Het is dan heerlijk weer, zo tegen de 23 graden. 50 minuten later, na een ontbijtje met granenbrood, kaas en salami vertrekken we.  De verscheidenheid aan brood is de laatste jaren in Frankrijk veel veranderd. Eerst konden we alleen wit stokbrood krijgen, later soms volkorenbrood, een pain complet. Nu dus ook meergranenbrood en ciabatta. We dalen terug naar het dorpje. Het blijft behelpen met het routeboekje. Beschrijvingen kloppen niet. “Klim tot het kerkje”, er valt hier niks te klimmen. De kilometers kloppen ook vaak niet. Gaande de voormiddag verandert de omgeving. Eerst dorpjes met wijngaarden. In een dorpje met oude huizen vliegen de zwaluwen met veel gefluit tussen de huizen. Later wordt de omgeving zo rotsachtig dat er geen mogelijkheid tot landbouw of een dorpje is. We klimmen dan heel langzaam naar 210 m. In Estagel winkelen we bij de supermarkt en gebruiken we in de schaduw onze lunch. Net na de middag zijn we in Latour de France. Net voor het dorpje is de gemeentecamping alweer. Helaas geen zwembad maar wel lekker in de schaduw genieten. We zetten onze tent neer voordat de beheerder terug is van zijn middagpauze.

Wegen met gewassen.

 2 juli Latour de France – Maureillas las Illas  58 km
We klimmen Latour de France voorbij en de bergen er achter ook. Na 200 hoogtemeters zijn we op de top en krijgen we een mooie afdaling. In de verte zien we de Pyreneeën al liggen, met de Canigou van 2784 m. Er ligt nog wat sneeuw op de top. Het is vandaag wat klimmen en afdalen. De wijngaarden staan naast de weg. Bergen in de verte totdat we bij Maureillas  er tussenin zitten. Net voor de grens met Spanje. 

Bergen in zicht.

3 juli Maureillas las Illas – Figueres   45 km
De laatste klim naar Spanje gaat beginnen. Van 150 naar 500 m fietsen we zonder te stoppen. De bomen geven voldoende schaduw. We zien hier en daar in de verte een huisje staan. Een tijdje later fietsen we er dan langs. Bij Las Illas begint het scherp te stijgen. Er staat een bushokje met mooi toilet. De laatste 200 m met haarspeldbochten moeten we op de laagste versnelling nemen. Totdat het pad ook nog onverhard wordt. We klimmen tot dat we aan de grens zijn en pauzeren bij het monument. Een Spanjaard vraagt aan Jeannette hoe lang het onverharde stuk is. Ze moet even omschakelen van het Frans naar het Spaans maar dat gaat wel goed. We dalen in het Spaanse deel af. Hier zijn de wegen veel beter dan in Frankrijk. Veel en goede bewegwijzering. Bij Figueres maken we de fout om de verkeerde autoweg te nemen waardoor we om Figueres heen fietsen. We zetten de tent op een door Paul Benjaminse afgekeurde camping. Deze zou duur en kaal zijn. Het is wel één vlakte maar er staan veel bomen in rijen. De camping kost € 8,-. De rest van de dag vertoeven we in het gezellige stadje. Op de camping is het zeer rustig. Behalve ons is er nog een caravan en een motor tentje.

Hoe mooi kan het zijn?

 4 juli Figueres – Camping Llagostera langs C250   84 km
Voordat we Figueres uit zijn fietsen we al fout. We hebben hier geen gps route en de omschrijvingen zijn niet eenduidig. Met regelmaat weten we niet of we de weg die we in rijden de juiste is. Bij Garrigas komt de route weer samen. Het is een zware dag. De kilometers willen maar niet op de teller komen. Over een fietsbrug net na een dam. Dan een heel stuk over een onverhard pad tot we mogen gaan klimmen naar 360 m. Sta Pellaia heet het op de top. Na Caldes de Malavela, het fietspad (Ruta del Carillet) op. Totdat we achter de camping door fietsen en er aanleggen.

Een zonnebloemveldje.

 We blijven nog een paar dagen op deze camping en nog een paar dagen in Llagostera, dichter bij zee. Om vervolgens naar de camping van Girona te verhuizen. Vanuit hier maken we nog een daguitstapje naar Barcelona om vervolgens weer terug te vliegen naar Eindhoven.

 

Homepage

Hebt u vragen, op- of aanmerkingen? Stuur ons uw reactie.